Artikel
Zonder een happy end
De nieuwe kunsthal KAdE toont de blinde vlek van Nederlandse musea.
De nieuwe kunsthal KAdE toont de blinde vlek van Nederlandse musea.
In de sprookjesachtige openingstentoonstelling ‘Wonderland’ vertellen kunstenaars weer verhalen, waarin niets is wat het lijkt.
In ‘Wonderland’ wordt je verbeelding gevoed door levensgrote sculpturen, animaties of delicate tekeningen. De drie gratiën — tot leven gewekt door Liz Craft — zijn verdorde skeletten die een dodendans uitvoeren. In de animaties van Martha Colburn is het leven een strijdtoneel, en trekt de dood aan het langste eind. En de levensechte kwabbige zeemeermin van Patricia Piccinini is een nachtmerrie in driedimensies…
Hier heersen fantasie en magie, maar in deze Efteling voor volwassenen ontbreekt een happy end.
De sleutel tot het Amersfoortse Wonderland is gelegen in de tekeningen van de Amerikaan Henry Darger (1892-1973). De aaneengeschakelde bladen, die zich laten lezen als een stripverhaal, worden bevolkt door Alice-achtige meisjes. Ze zijn weggelopen uit een kinderboek en verliezen gaandeweg hun onschuld. Niet alleen zijn ze getuige van een veldslag, ze bedreigen ook elkaar en als ze hun jurkjes uittrekken blijken ze androgyne wezentjes met een piemeltje.
Darger werkte veertig jaar lang als een kluizenaar aan dit epos over wat hij de ‘Vivian-girls’ noemde. Het werk beslaat duizenden pagina’s tekst en driehonderd tekeningen. Het is echte outsider art, gemaakt door een buitenstaander, in stijl en onderwerp totaal verschillend van het conventionele kunstcircuit. Pas na zijn dood werd Dargers werk publiekelijk getoond. Het groeide uit tot een hype, misschien omdat deze androgyne wezens vooruitlopen op de veranderende rolpatronen en het ‘gender-bending’ van vandaag. En postmoderne kunstenaars herkenden zich in zijn werkwijze, waarin beeldmateriaal uit tijdschriften en kranten wordt hergebruikt en een andere lading krijgt. Darger wees kunstenaars de weg naar een verhalende stijl.
Net als Darger geven ook Hinke Schreuders met haar Roodkapje en Jen Ray met haar Amazones oude verhalen een andere wending. In de strijd tussen de seksen, die in veel van die verhalen een belangrijke rol speelt, hebben de meisjes het heft in handen.
In de fantastische, humoristische kleianimatie van Nathalie Djurberg ontpopt het lieftallige meisje in hoepelrok, dat zo lijkt weggelopen uit de 18de-eeuwse Rococo-schilderijen van Boucher, zich op de tonen van een niets-aan-de-hand-melodietje tot een boosaardige feeks. Ze schommelt heen en weer en gunt haar partner een blik onder haar weelderige rokken. Ze lokt hem kruipdoor-sluipdoor steeds dieper het bos in, tot het zweet hem op het voorhoofd staat en hij vertwijfelt rondkijkt. Hij is hopeloos verdwaald. Vervolgens toont zij haar ware aard en ontbloot haar Dracula-tanden. De kijker mag raden hoe het afloopt.
Djurberg dringt je geen boodschap op. Het zijn immers hompjes klei, die zich ontpoppen tot figuurtjes? Maar u bent gewaarschuwd. Onschuld bestaat niet en het gevaar ligt op loer. En dat geldt voor vrijwel alle kunst in deze openingstentoonstelling van de Amersfoortse KAdE: onder het kleurrijke verhaal broeit het onheilspellend.
Visuele slagkracht
KAdE is een kunsthal zonder collectie en dat geeft hoofdcurator Robbert Roos een grote vrijheid. Roos wil spraakmakende tentoonstellingen maken over hedendaagse kunst, zoals het huidige ‘Wonderland’ en een tentoonstelling over schaduw, die gepland staat. Dit menu zal worden afgewisseld met presentaties van Nederlandse kunst, zoals ‘Van Lieshout en Van Lieshout’, over uiteenlopende hedendaagse kunstenaars met diezelfde achternaam. Ook tentoonstellingen over historische onderwerpen behoren tot de mogelijkheden.
‘Wonderland’ bevat werk van 22 kunstenaars in een neo-romantische of ‘gothic style’, waarvan een groot deel niet eerder in Nederland was te zien. Weliswaar liep Stijn Huijts in Het Domein voorop met de presentatie van narratieve kunst door werk te tonen van de Californische Clare E. Rojas en de Braziliaanse Os Gemeos, maar dit waren solo- en geen groepstentoonstellingen zoals ‘Wonderland’. Daarmee is KAdE dus meteen al onderscheidend.
Maar waarom juist deze selectie? Waarom geen Yoshitomo Nara, Ewoud van Rijn of Folkert de Jong, om er maar enkele te noemen? ‘De Jong wilde niet meedoen’, reageert Roos, ‘en je kunt niet alles laten zien. Het gaat om het illustreren van een ontwikkeling.’ En daarmee heeft Roos een punt. Volledigheid is immers onmogelijk in de geglobaliseerde, immer uitdijende kunstwereld, zoals ook de curatoren Noak en Buergel bij de laatste Documenta (2007) toegaven. Cultuur is een doorgeefluik van ideeën en motieven, die een reis maken door tijd en plaats. Wat telt is de intensiteit en visuele slagkracht waarmee die ideeën worden verbeeld, maar niemand is in staat om de wereldwijde kunstproductie te overzien.
Ook Roos niet, die de afgelopen acht jaar vaker in het buitenland dan in Nederland verbleef. Hij diepte pareltjes op in Londen bij de Frieze Art Fair, signaleerde trends op Art Basel Miami Beach en spotte nieuw talent op de Liste in Berlijn. Dit alles reeg hij losjes aan elkaar tot een thematentoonstelling — iets dat zelden gebeurt in Nederland. Musea durven geen grote lijnen te trekken. Ze tonen liever werk van één kunstenaar — dat is ook minder duur — of nemen een motief als uitgangspunt, dat wordt geïllustreerd met werk van Nederlandse kunstenaars. ‘Wonderland’, daarentegen, is een internationale tentoonstelling die een kunsthistorische ontwikkeling illustreert, van abstract en formeel naar narratief en figuratief. Kunstenaars willen weer persoonlijke verhalen vertellen, aldus Roos.
De verhalende kunst die in Amersfoort getoond wordt, was lange tijd taboe. Men vond haar ‘anekdotisch’ of ‘illustratief’. De kunst mocht niet gebukt gaan onder het juk van welke politieke of religieuze boodschap dan ook, maar moest zich concentreren op zijn eigen beeldmiddelen en ‘zuivere kunst’ worden. Zo was dat in de jaren zestig. Pas met de ‘Jonge Italianen’ (Clemente, Cucchi en Chia) werden eind jaren zeventig de bakens verzet. Zij zochten aanknopingspunten met de wereld en vertolkten op hun manier de sagen van hun geboortegrond. De verhalenvertellers van ‘Wonderland’ treden in hun voetspoor.
Vragen, geen antwoorden
Fabels en sprookjes zijn overgeleverde verhalen waarin levensvragen zijn verpakt. Welke problemen zijn er te overwinnen? Welke gevaren en valkuilen liggen er op de loer? En hoe dat alles het hoofd te bieden?
Het zijn vragen van alle tijden en plaatsen; ook nu hebben ze niets aan actualiteit ingeboet. De problemen van vandaag zijn echter anders dan vroeger en de ‘Grote Verhalen’ (christendom, communisme, modernisme) die oplossingen aandroegen zijn in duigen gevallen. De dood is een gapend gat en de wereld is niet maakbaar. En terwijl wij (nog) in weelde baden, stapelen zich donkere wolken op. Hoe verder? Hoe te leven? De moraal is zoek.
Ook kunstenaars weten het niet meer. Ze beperken zich tot het stellen van vragen aan de kijker, in het besef dat er geen antwoorden zijn. De sprookjes in ‘Wonderland’ etaleren de twijfel en hebben vaak geen happy end.
Daarbij gebruiken kunstenaars verschillende visuele strategieën. Sommige kunstenaars spelen met de suggestie van leven en confronteren de kijker tegelijkertijd met de middelen waarmee die illusie is opgebouwd. Zoals Jon Pylypchuk, wiens geïmproviseerde lappenpoppen ontroeren door hun onbeholpenheid. Kathrine Aertebjerg laat vrouwelijke schimmen opdoemen uit de verf. En Maartje Korstanje laat amorfe, plastische papier-maché vormen gretig om de balustrade strengelen. Kijk, dit lijkt wel een knoestige, oeroude boom, maar het is karton. Sprookjes bestaan niet in deze postmoderne wereld.
Anderen gaan een stap verder en creëren een geloofwaardige illusie, een droomwereld waar je helemaal in op kunt gaan. Zoals het monster van Patricia Picinnini dat levensecht en tastbaar aanwezig is en — dat is nog het meest onthutsend — teder wordt omhelsd door een kind. Deze sciencefictionkunst gunt ons een blik in de toekomst. In het tijdperk van de genetische manipulatie overtreft de werkelijkheid onze stoutste dromen, maar of dat goed of slecht is laat Piccini aan de kijker over.
Na het griezelkabinet van Picinnini dompelt de Italiaan Angelo Filomeno de kijker onder in de schoonheid van de fonkelende sterrennacht — totdat de schaduw van de dood zichtbaar wordt. Filomeno borduurde een donker, hurkend skelet op nachtblauwe Shantungzijde en bedekte het vier meter hoge doek met glinsterende lovertjes. Je kunt je verliezen in het peilloze blauw, maar niet alleen de sterren fonkelen, ook de drol die het skelet laat vallen is met lovertjes bedekt. Shitting Philospher luidt de titel. De filosoof draait hij een schitterende drol, maar hij is dood. Het enige wat rest is het geloof in de kunst, waarin alles mogelijk is. Zelfs een skelet dat zijn behoefte doet.
Anne Berk
mei 2009
Wonderland — Through the Looking Glass
t/m 30 augustus in Kunsthal KAdE, Amersfoort
www.kunsthalkade.nl

