Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content
‘Goede kunst wil niks aantonen, het wil de vraag oproepen. Het kan een droom zijn, het kan je gedachten anders vormen, het kan een troost zijn. Het stimuleert je denken en neemt je weg uit het alledaagse leven. De kern van de kunst is de poging van een gemeenschap om consensus te krijgen over kwaliteit’
Met de galerie begonnen op de Amsterdamse Prinsengracht, tegen de Jordaan aan. Aanvankelijk met drie kunstenaars – René Daniels, Marlene Dumas, en zijn broer Erik Andriesse – en met de erfenis van de galerie Helen van der Meij. Vanaf het begin heeft kunsthistoricus, fotograaf en bovenal galerist Paul Andriesse het zich steeds moeilijk gemaakt door zijn keuze van kunstenaars: ‘Ze zijn niet allemaal van eenzelfde generatie. De jongste is 28 en de oudste 76. Dat alleen al brengt steeds een ander publiek met zich mee en andere economieën. Dat is tegelijkertijd heel spannend, maar ook lastig. Ze hebben ook niet eenzelfde reputatie. Er zijn dingen van 500 euro en van honderdduizend euro, waarbij de goedkopere werken vaak moeilijker te verkopen zijn. Maar het gaat in eerste instantie ook niet om het verkopen, eerder om het werkzaam laten zijn van de kunst. Mijn keuze is niet gebaseerd op het inschatten van een markt, maar op wat ik denk dat goede kunst is. Vervolgens probeer ik dan situaties te creëren waarin dat gezien wordt.’
Uit: het Financieele Dagblad, galeriehouder Paul Andriesse geïnterviewd door Koos de Wilt.